Vrije geest

geplaatst in: Nieuws | 0
De Telegraaf
© fotografie Sjef Prins voor De Telegraaf

Ze gaan linksaf waar de ander rechts gaat en zeggen B waar de massa voor A gaat. Vrije geesten doen het net even anders.

“Ik merk dat veel mensen in mijn omgeving geïnspireerd raken wanneer ik ze vertel wat ik doe. Sinds een jaar ben ik uitvaartondernemer. Daarvoor was ik vijftien jaar commercieel adviseur. Het was mijn taak om containerterminals te ontwikkelen, plekken waar containerschepen worden geladen en gelost. Maar het werd tijd voor iets anders.

De uitvaartbranche heeft me altijd geboeid. Op mijn 15e woonde ik een asverstrooiing op de Waal bij. Dat vond ik zo indrukwekkend. Ik vond het ook altijd erg interessant wanneer de uitvaartondernemer langskwam als er een familielid was overleden. De manier waarop hij of zij het afscheid organiseerde en de nabestaanden bijstond in die moeilijke periode, vond ik altijd erg mooi.

Zo’n tien jaar geleden oriënteerde ik me voor het eerst in de uitvaartbranche, maar ik kwam tot de conclusie dat ik er nog niet klaar voor was. Te weinig levenservaring, denk ik. Ik zag het destijds ook niet zitten om in de weekeinden te werken. Daar heb ik nu geen probleem mee.

Ik heb in 2014 de beroepsopleiding tot uitvaartbegeleider gevolgd. Een deeltijdstudie van een jaar. Tijdens de opleiding werd het steeds duidelijker dat dit mijn roeping is. Collega’s reageerden positief op mijn carrièreswitch. Ze vonden het knap dat ik durfde te gaan voor iets waar mijn hart écht ligt.

Met mijn eigen uitvaartonderneming Najade Uitvaarten wil ik nabestaanden helpen met het organiseren van een persoonlijke, betrokken en creatieve uitvaart. Een afscheidsdienst in een park of op andere bijzondere plek, begraven worden zonder kist of een herinneringsboom in plaats van een condoleanceregister.

Ik sluit niet uit dat ik ooit weer een switch maak, maar nu ben ik blij met mijn baan. Het is meer dan alleen het regelen van een afscheid. Ik geef de overledene de aandacht die hij verdient, en dat geeft me veel voldoening.”

Hortence Chen

Bron: De Telegraaf, 17 september 2016

Het originele artikel uit De Telegaaf lees je hier